We zijn precies 4 weken verder en ik probeer beetje bij beetje het leven, zo goed en zo kwaad als ik kan, weer op te pakken.
Nu begrijp ik pas goed wat mensen bedoelen, wanneer ze zeggen geen hap door hun keel te krijgen. Dat verdriet er écht voor zorgt dat eten je niet meer smaakt en dat het je een gevoel geeft alsof je een knoop in je maag hebt.
Nu heb ik gelukkig nogal wat vetreserves, dus is het een “elk nadeel hep z’n voordeeltje” zullen we maar zeggen en zie ik dit maar van de positieve kant.
De uitvaart van Ben op de 26e was zoals hij moest zijn. Zoals hij wilde en zoals hij altijd leefde. Met mooie herinneringen, een borrel en samen met een hoop mensen. Nou en die waren er, want man o man, wat was het druk en wat ben ik iedereen daarvoor dankbaar geweest.
Vooral voor de jongens, die daardoor zagen dat hun vader in ieder geval graag gezien werd.
Een uitvaart met een traan, maar vooral ook met die lach. Én zoals altijd was ook dit keer Ben degene die – al was het voor de laatste keer - als laatste de zaal verliet.
Ja, daar was hij altijd wel goed in. Als laatste weggaan.
Een vroegertje zat er voor mij nooit in. Met Ben op stap gaan, betekende altijd dat je rekening moest houden met lang doorzakken en laat je nest in. Goh, wat zijn wij vaak als laatsten weggegaan op een feestje of in de kroeg. Iedere keer nog een “Ah, nog eentje dan”.
Als blikken konden doden, nou dan was Ben al veel eerder gegaan, kan ik je vertellen.
Maar goed. Ik verdronk weer in die mooie blauwe ogen van hem en oké, nog eentje dan en we sluiten wel weer de tent.
Die tijd is voorbij, maar wat zou ik nu graag nog even “die ene” met hem willen pakken……
Ja, alweer een maand geleden dat Ben overleed.
Het lijkt als de dag van gisteren dat ik midden in de nacht gebeld werd door het JBZ en ons leven totaal veranderde. Toch zijn die weken voorbijgevlogen, zit mijn agenda iedere dag nog bomvol en heb ik sinds dat moment nog maar weinig rust gehad.
Maar we moeten verder. Ook al kost mij dat ontzettend veel kruim.
Tijd voor wat rust of om te rouwen is er gewoonweg nog steeds niet.
Verzekeringen, belastingen, overheid of hypotheek. Ineens wilt iedereen alles weten of hebben. En het liefste nog gisteren en het ergste is……. ik deed nooit de administratie! En nu moet ik wel.
Om gek van te worden!
Sowieso om gek van te worden. Ik en een computer gaan nooit goed samen. Dus dat is nogal een uitdaging.
Wel een broer op afstand, maar dit keer geen Ben naast mij aan wie ik het vragen kan.
Dan doet ook de printer niet wat ik wil, moet ik iets scannen wat ik niet kan, en krijg ik ineens ZIP-bestanden, terwijl ik in mijn leven alleen maar van jpg en pdf heb gehoord. De enige ZIP die ik ken is de ZIPline van een tokkelbaan waar ik weleens aan gehangen hebt, maar dat lijkt er in de verste verte niet op.
Maarrrrrrr, lang leve de ChatGPT die Jason op mijn laptop heeft geïnstalleerd.
Met een beetje gefreubel, héél véél geduld en tussendoor wat jank- en schreeuwbuien kom ik er soms wel redelijk uit. Maar oh, wat is dat een gekloot en veel werk. En nee, ik ben er nog lang niet, want denk je wat weggewerkt te hebben zit je mailbox weer vol of ligt er weer een lading post op de mat.
In de tussentijd breng ik ook nog even die onwijs handige Hue-verlichting in onze keuken over de zeik en zet ik de televisie op de één of andere manier op standje "zwart”. Jason en Femke blijven rustig, lief en geduldig en komen trouw dit a-technische mens uit de ellende helpen.
Ik ben benieuwd hoelang ze dit engelengeduld vol blijven houden. Ik had het allang opgegeven.
Ik mis Ben.
In alles. En overal.
Overdag én ’s nachts.
Zijn aanwezigheid.
Zijn stem.
Zijn knuffels.
Zijn hulp.
Zijn lach.
Zijn… tja, wat niet?
Er is niks aan in je eentje.
Alleen naar bed.
Alleen eten.
Alleen naar de winkel.
Ja, zelfs alleen Duolingo.
Hier thuis lijkt alles hetzelfde. Zijn jas hangt er nog en z’n afgetrapte zwarte schoenen staan nog in de hal. Alsof hij gewoon ergens in huis is. En toch is alles anders.
Ik kijk naar z’n foto die een prominent plaatsje heeft gekregen in de woonkamer en ik zie weer die mooie lach, alsof-tie wilt zeggen: “Kom op Joyce”. En het klopt, maar soms kan ik alleen maar janken.
Maar het gaat me lukken.
In kleine stappen.
Maar moeilijk is het wel.